Naar collectieve autonomie in VO: Zelforganisatie

Al geruime tijd spreek ik met collega-leraren over zelforganisatie in onderwijsteams. Te vaak hoor ik in mijn netwerk verhalen waarbij een wij-zij-cultuur ervaren wordt binnen een schoolorganisatie, waarbij ZIJ dan allemaal beslissingen nemen waar WIJ last van hebben. De laatste jaren ontstaan meer en meer initiatieven, waarbij op meer professionele ruimte wordt aangedrongen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld Buurtzorg van Jos de Blok, maar binnen het onderwijs ook aan Het Alternatief van Rene Kneyber en Jelmer Evers, waarbij wordt bepleit leraren meer zeggenschap te geven over hun werk.
Inmiddels zijn wij op onze school, GSG Guido in Arnhem, zover dat wij ook toezijn aan zo’n stap. Van ideeën naar de praktijk.
Afgelopen najaar hebben wij ons als schoolleiding laten informeren over het invoeren van zelforganisatie door Rini van Solingen (De Bijenherder), Ben van der Hilst (Blauwdruk voor de emergente school) en Jan Dirk Hoogendoorn (Finext). Jan Dirk zal ons het komende anderhalf jaar verder begeleiden bij het proces naar zelforganisatie van de teams, om te beginnen met het uitwerken en starten van een pilot.
Steeds hebben we bij het spreken over zelforganisatie de focus gericht op op onze onderwijsvisie, onze visie op (het leren van) de leerling, waarbij wij ook bij hen autonomie willen stimuleren, en waarbij wij ook aan leerlingen meer en meer zeggenschap willen geven over hun leerproces. We vinden dat ook uit de organisatie van onze school de onderwijsvisie moet spreken.  Verderop daarover meer.
In dit artikel willen we een verdere toelichting geven op het waarom van deze organisatieveradering, de gestelde doelen en kaders op basis van onze onderwijsvisie.

Onderwijsvisie

Door teamleiders en directeuren op Guido is de afgelopen periode schoolbreed nagedacht over een nieuw schoolplan, op basis van de input van leraren, aangeleverd via vragenlijsten en/of gesprekken in de teams in december 2015. In die concept-visie (2017-2020) staat bijvoorbeeld:

Op Guido geloven wij dat leerlingen en medewerkers leven in een samenleving waarin zij worden geconfronteerd met complexe vraagstukken. Dit vraagt om creatieve en innovatieve oplossingen. Wij geloven dat leerlingen en medewerkers van Guido de kennis en vaardigheden moeten opdoen om voorbereid te zijn op wat hun toekomstige baan van hen vraagt.

Bij alles wat wij doen en laten in school, willen wij ons steeds afvragen of het bijdraagt aan het realiseren van datgene wat wij met ons onderwijs willen bereiken: onze visie op onderwijs. Die visie raakt onze leerlingen, maar ook alle medewerkers, ouders en andere betrokkenen bij de school. We zijn ons ervan bewust dat uit de manier waarop wij in school als schoolleiding en andere medewerkers met elkaar omgaan een voorbeeld spreekt voor ouders en leerlingen. Zoals een leraar een voorbeeldrol heeft voor zijn leerlingen, geldt dat ook voor ons als professionals verbonden aan school.
Als schoolleiding – ondersteuners van goed onderwijs – hebben wij dus een voorbeeldrol voor leraren.
Als wij willen nadenken over een goede manier om het onderwijs in school te organiseren, dan begint dat bij dit uitgangspunt.

Leerlingen
Alles wat in de organisatie plaatsvindt, staat dus in het teken van de onderwijsvisie. Een belangrijke vaardigheid van de 21e eeuw is samenwerken. Wij willen onze leerlingen bovendien steeds stimuleren op een manier te leren die bij hen past. Hoewel ieder daarin zijn eigen tempo, route en voorkeur heeft, betekent dit niet dat dit leren een individueel proces is. We kunnen en willen niet zonder elkaar in het leren. Goed samenwerken is een voorwaarde om verder te komen, ook als dat inhoudt dat een leerling soms iets individueels aangaat.

Medewerkers
Net als de leerlingen willen wij ook als medewerkers elkaar stimuleren kritisch en creatief na te denken, goed na te denken over communicatie, over delen van kennis en expertise, over het samen oplossen van (organisatie)vraagstukken.  Om recht te doen aan leerstijl, leerroute en leertempo van de leerlingen, is het van groot belang dat het professionele lerarenteam dat elke dag met de leerlingen werkt de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden krijgt dit onderwijs goed te verzorgen.

Vertrouwen en collectieve autonomie
Wij geloven dus dat het verstandig is onze school zo in te richten dat de leraren zoveel mogelijk ‘collectieve autonomie’ ervaren bij het werken met de leerlingen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
Wij vertrouwen daarbij op de lerende grondhouding van iedere leerling en leraar. Binnen een hiërarchische organisatiestructuur nemen teamleiders veel beslissingen. Wij vragen ons af of dat een goede manier is om Passend Onderwijs te realiseren. Wij denken dat het vaak zo is dat lerarenteams die beslissingen zelf zouden moeten kunnen en willen nemen.  Wij willen een organisatiestructuur, die medewerkers en leerlingen ruimte biedt en stimuleert om verantwoordelijkheid te (leren) nemen.
Bij het kunnen dragen van verantwoordelijkheid door een lerarenteam, horen ook passende bevoegdheden en hoort ruimte om het onderwijs zo vorm te geven als dat een lerarenteam goeddunkt, binnen de kaders en doelen van de organisatie.
In het onderwijs zijn de afgelopen jaren te vaak regels, protocollen en cijfers centraal gesteld. Wij geloven dat er een alternatief is: het centraal stellen van de kennis, wijsheid en intuïtie van de leraar. (vgl. Het Alternatief, Kneyber en Evers)
Wij vinden het belangrijk dat lerarenteams meer zeggenschap krijgen over hun werk. Deze collectieve autonomie geeft de ruimte die je als leraar nodig hebt om je onderwijs goed vorm te geven en kan leiden tot allerlei nieuwe kwaliteitsimpulsen vanuit lerarenteams zelf.

Bij alles wat we als lerarenteams binnen de school organiseren, stellen wij de vraag: maakt dit ons onderwijs beter? Wij willen als medewerkers vanuit eigenaarschap en verantwoordelijkheid samen voortdurend over die vraag nadenken en beslissingen nemen die in het teken staan van het verbeteren van het onderwijs.

We willen in een pilot met een zelforganiserend team starten om te ontdekken of die vorm ervoor zorgt dat wij met elkaar makkelijker, effectiever en plezieriger ons werk kunnen doen.

Het doel van de pilot

  • Vergroten collectieve autonomie en werkplezier van leerlingen en personeelsleden.
  • Toewerken naar een professionele cultuur waarin leerlingen en personeelsleden hun verantwoordelijkheid zo nemen dat zij bijdragen aan de doelen van (het onderwijs in) de organisatie
  • Het stimuleren van onderlinge samenwerking.

Een zelforganiserend team?

Een zelforganiserend team is een groep mensen van maximaal 8 personen, die vanuit gelijkwaardige positie een gedeelde verantwoordelijkheid dragen voor het onderwijs aan een vooraf toegewezen groep leerlingen. In de praktijk betekent dit dat we van twee naar drie teams gaan, waarbij het derde team de pilot vormt.

Kaders

Kaders
We ontwerpen een nieuwe teamstructuur waarin een pilot zelforganiserend team zit. Die structuur ontwerpen we binnen de volgende kaders:

  • Het zelforganiserend team bestaat uit maximaal 8 docenten.
  • De structuur doet recht aan verschillende types leerlingen die wij op school herkennen. Globaal zien wij drie groepen: leerlingen met een grote behoefte aan structuur en sturing. Een middengroep van leerlingen die goed mee kan komen. Een groep leerlingen die we meer dan gemiddelde verantwoordelijkheid kunnen toedichten.
  • De leden van het zelforganiserende team geven zoveel mogelijk de lessen aan de leerlingen waar zij verantwoordelijk voor zijn.
  1. We stellen een externe procesbegeleider aan ( Met affiniteit met onderwijs en met ervaring in zelforganiserende teams)
  2. De pilotperiode duurt het schooljaar 2017-2018. Per periode houden we reflectiebijeenkomsten.
  3. We bepalen van tevoren een beschikbaar budget voor start van de pilot.

Wanneer is de pilot geslaagd?

1. Als de doelen die we hebben gesteld door het team zelf als voldoende worden beoordeeld.
2. Als de pilot binnen de omschreven kaders heeft plaatsgevonden.

Hoe verder?

Verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken

Inmiddels hebben wij onder de leraren een oproep gedaan voor deelname aan de voorbereidende fase van de pilot. Drie leraren hebben zich hiervoor aangemeld. Samen gaan we nu verder bouwen aan een mooi team dat kan starten in september. Daarbij zal veel gesproken worden over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken van het team. Hoe gaat het met budgetten? En met de samenstelling van het team? Hoe komt de lessenverdeling tot stand? Etc, etc.
Het zal een proces zijn van loslaten in vertrouwen vanuit onze leidinggevende rol, maar we hebben er samen enorm veel plezier in om de organisatie op deze manier te gaan ‘flippen’.

Wordt vervolgd!

Bert Mollema
Mart Drogt
Henk ter Haar

Naast de al eerder genoemde bronnen in het artikel hebben wij ons ook laten inspireren door:

https://decorrespondent.nl/5331/het-onwaarschijnlijk-simpele-recept-voor-beter-onderwijs-leraren-die-samenwerken/309365638626-a068a126

http://www.uitgeverijphronese.nl/wp-content/uploads/2015/10/Gefliptleiderschap_Cornellisen.pdf

https://www.bol.com/nl/p/het-alternatief/9200000014964293/

 

Meest recente berichten

Tags

Geschreven door:

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *